Bram is een puber

19|07|18

Bram is een puber. Van alle kinderen die ik als kinderarts in mijn spreekkamer krijg, vormen pubers de grootste uitdaging. Pubers zijn bezig hun grenzen te ontdekken. Soms gaan ze over die grenzen, lopen ze butsen op, dat is goed, daar leren ze van. Pubers vertellen je ook niet alles, het zijn tenslotte pubers. Bram is geen uitzondering.

Ik ken Bram al jaren. Hij heeft hooikoorts, allergisch astma en ADHD. Chronische aandoeningen waarvoor hij dagelijks medicijnen moet innemen. Puffers en neusspray. Ook preventief, dus als hij nergens last van heeft. Dat is lastig. Het confronteert hem met zijn chronische ziekte. Hij heeft dan geen zin om zijn medicijnen in te nemen, of vergeet ze, of is met zijn gedachten ergens anders.

Ik heb hem een tijdje niet gezien. Hij ziet er niet goed uit, hij is een stuk zwaarder geworden, zijn neus zit vol, hij hangt voor me in de stoel, zonder energie. De astma en hooikoorts spelen weer op. En op school gaat het ook niet goed, hij is blijven zitten op de havo. Ik suggereer dat dit waarschijnlijk komt omdat hij zijn puffers en neusspray niet gebruikt. Ik zeg ook dat ik vermoed dat hij ongezond leeft, te veel bier drinkt, blowt, rookt. Ik volg mijn intuïtie, ik gok… Hij is zo verrast dat hij het meteen toegeeft. Ik sloeg de spijker op zijn kop. Zijn moeder is ook verbaasd, zij wist niet dat hij zich zo gedroeg.

Wat volgt is een proces van motiveren om de medicijnen in te nemen, te gaan sporten, minder te drinken, te stoppen met roken en blowen. De maanden erna zie ik dat het een stuk beter gaat met Bram. Hij heeft minder last van zijn astma en hooikoorts en vetweefsel maakt plaats voor spierweefsel. Ook op school gaat het beter.

Ik vraag of hij helemaal gestopt is met roken. ‘Ja’, zegt Bram. Dankbaar schrijf ik dit op in zijn dossier.

De laatste keer dat Bram komt, is hij bijna 18 jaar oud. Ik moet afscheid van hem nemen, hij wordt te groot voor de kinderarts. Hij neemt een grote taart mee om het afscheid te vieren. Ik zeg dat ik zo blij ben dat hij met roken gestopt is. Hij kijkt me met grote ogen aan. ‘Gestopt met roken? Nee, hoe komt ik daarbij?’ Ik zeg dat hij dat zelf vertelde en dat ik dat elke keer weer in zijn dossier schreef. ‘Oh’, zegt hij met een minzaam lachje, ‘dat zei ik omdat ik wist dat je dat graag wilde horen.’

Pubers….!!!

Carole Lasham,
kinderarts in Tergooi

« Vorige pagina